Hoeveel pis zit er in mijn zwemwater en is dat erg?

Bron: NRC.nl

Het was onlangs wereldnieuws uit de wetenschap: er zit 75 liter mensenplas in een zwembad – van het formaat van een 25 meter wedstrijdbad, met 830.000 liter water.

Is dat erg? Er zijn mensen die dagelijks een glaasje van hun eigen ochtendurine drinken. Topzwemmers maken er geen geheim van in hun eigen trainingswater te plassen. Het lijkt ze onschadelijk. Urine is steriel, is nog overal te lezen, dus vrij van bacteriën. Maar dat is sinds een jaar of zes achterhaald: urine bevat bacteriën.

Toch is dat niet het probleem. Vreemd genoeg vormt uitgerekend het bacterie- en algendodende chloor, als het zich met stoffen uit de zwemmersplas verbindt, chemicaliën die irriterend zijn voor ogen, luchtwegen en huid. Veel zwemmers die fanatiek baantjes trekken hebben wat last van inspanningsastma. Nog al wat zwemmers hebben rode ogen als ze uit het zwembad komen. De beschuldigende vinger wijst vaak naar het chloor. Maar veel waarschijnlijker zijn het de uit plas en chloor gevormde chlooramines die de last veroorzaken.

Voor de Canadese onderzoekers achter het nieuws was de hoeveelheid van 75 liter urine niet de hoofdzaak. Ook het bestaan van die desinfection by products (DBP’s) was niet hun ontdekking. Zij hadden een nieuwe en snelle manier ontwikkeld om urine in zwembadwater te meten: ze maten de kunstmatige zoetstof acesulfaam K (E950) in zwembadwater.

Acesulfaam K wordt zo veel gegeten en gedronken, in snoep, ijs, gebak en frisdranken, dat gemiddeld gezien in de westerse wereld een emmer urine van veel verschillende mensen steeds evenveel acesulfaam K bevat. Het is een goede signaalstof, want alle opgedronken en gegeten acesulfaam K komt onveranderd in urine terecht. Hun publicatie stond in het tijdschrift Environmental Science and Technology.

„Er valt wel wat op dat onderzoek af te dingen. Ik denk dat de Canadezen niet alleen urine meten”, zegt Maarten Keuten, zwembadonderzoeker aan de TU Delft die de laatste hand legt aan zijn proefschrift. „Er zit waarschijnlijk ook wel acesulfaam K in zweet dat we in het zwembad achterlaten.”

Hoe harder we zwemmen, en hoe warmer het badwater is, hoe meer er van ons zweet in het water achterblijft, schreef hij drie jaar geleden in een publicatie in Water Research.

„In een bad met recreatiezwemmers zal 10 tot 20 procent van de menselijke stoffen in het water uit zweet komen”, zegt Keuten. „De rest komt voor de helft uit urine en voor de andere helft zijn het stoffen die van de huid spoelen.” Behalve huidvet horen daar haargel, make up, zonnebrandcrème en alle andere huidverzorgingsproducten bij. En wat poeprestjes die bij het zwemmen uit de bilspleet spoelen. Alles bij elkaar, zegt Keuten, zijn er wel 200 of 300 van die DBP’s, waarvan de gezondheidseffecten nog niet allemaal bekend zijn.

Ondanks wat geïrriteerde ogen, zegt Keuten „is zwembadwater veilig en kun je voor je gezondheid beter wel dan niet zwemmen.”

Keutens onderzoek laat ook zien dat zwemmers veel zelf kunnen doen: douchen vóór het zwemmen en niet in eigen water plassen. Wel vervelend dat zwembaddouches meestal moeilijk te gebruiken en wc’s lastig bereikbaar zijn.

Wim Köhler